De opmars van het Italiaanse ijs


De opmars van het ijs kwam nu pas op gang, van Florence (Italië) volgde het een 
weg naar de koninklijke hoven van Versailles en London om uiteindelijk onder het bereik van iedereen te komen.  Het feit dat in de 19e en 20e  eeuw ijs wijdverbreid raakte, is op de vakbekwaam-heid van veel kleine ondernemers uit Veneto terug te voeren.

Steeds waren het de Italiaanse ijsbereiders uit Napels, Sicilië en Venetië geweest,
die meesters waren in de kunst van smakelijk ijs bereiden. 

Tot op de dag van vandaag worden in heel Europa de oudste recepten aan Italië en met name aan de provincie Belluno, te noorden van Venetië toegeschreven.
Het is te danken aan de vakbekwaamheid van veel kleine ondernemers uit Veneto terug te voeren. De belangrijkste beurs waar alle novitee's als eerste worden getoond is in Belluno zoals ijsbereidingsgrondstoffen, pastorisatie ketels, ijsmachines, espresso machines en interieurs Italië is met haar design bureau's No.1 in de wereld.


Bij de opkomst van de industrialisering raakte het traditionele metaal verwerkende handwerk uit de mode. De werkloze smeden rond 1900 uit de dalen van de Dolomieten ruilden hamer en aambeeld al snel tegen de potten en pannen, en specialiseerden zich met ongekend succes op de productie van ijs.

Zomer na zomer trokken ze met hun ijscokarren door de stadjes en badplaatsen aan beide zijden van de Alpen. En veel van hen verdienden een klein vermogen.
Wanneer stedelijke verordeningen geen rondtrekkende ijsverkopers toestonden, vestigden de gelatai zich en openden een winkel.
De namen van de populaire ijscafés herinneren nog aan de streek van herkomst van de eigenaar: ijscafé Venezia of Gelateria Rialto, San Marco zijn zelfs in de meest afgelegen provincies te vinden. Schattingen geven aan dat de uit Venetië of Veneto afkomstige zakenlieden 80% van hun omzet met de ijskoude lekkernij maken. 

Pas in 1580 verschenen de eerste ijssalons of ‘glacerieën’ in Parijs, thans een museum. Al bleef dit beperkt tot de adel. Het werd een trend om eigen ijsbombes te ontwerpen met daarin het familliewapen.

In 1660 werd de eerste bond van limonade- en ijsverkopers opgericht, waarmee tevens een stukje kwaliteitscontrole ontstond.

De eerste ‘ijshal’ aan gene kant van de Alpen werd in 1668 door de Siciliaan Francesco Procopio de’ Coltelli geopend

In 1660 werd in het Cafe “Procope’ te Parijs ( een eerbiedwaardig gastronomisch instituut) ijs geserveerd gemaakt door de Italiaan Procope Cutelli en in diezelfde tijd genoot men aan het hof van Lodewijk XIV in zeer verschillende vormen, vermoedelijk ook van Italiaanse receptuur.

Langzamerhand verspreid het ijsgebruik zich naar de overige hoven van de Europese koningen, naar de woningen van rijke en machtige lieden en rondom 1780 bevatten vele toonaangevende Franse kookboeken enige recepten voor consumptie-ijs. Toch bleef het ijs heel lang een soort luxe, gereserveerd voor feestelijke gelegenheden en alleen bereikbaar voor welgestelde mensen. Het duurde nog lang voor het ijs in bredere kring bekend en geliefd werd.


"In India van de 16e en 17e eeuw trokken ruiters te paard er met enige regelmaat op uit naar de bergketens om sneeuw en ijs te verzamelen voor de heersers in Delhi. In Brits-India daalde de temperatuur ‘s nachts zo ver dat het personeel van de ‘Sahibs’ ‘s avonds water in ondiepe kuilen schepten dat rond 3 uur ‘s nachts bevroren was. De ijsblokjes werden uit de kuilen gehakt en snel opgeslagen in de ijshuizen en kelders."

copyright San-Marco-IJssalon.nl © pvc4 2014